Wat is padel? De sport uitgelegd in 5 minuten
Wat padel is, waar het vandaan komt, hoe je het speelt, wat je nodig hebt en waarom het de snelst groeiende racketsport is. Kort uitgelegd voor beginners.
Padel is een racketsport tussen tennis en squash in. Je speelt het dubbel op een kleine baan met glazen wanden, met snaarloze rackets en een bal die op een tennisbal lijkt. De telling is die van tennis, maar de wanden houden de bal in het spel, dus je hebt vanaf de eerste keer plezier.
Waar komt padel vandaan?
Padel ontstond in 1969 in Acapulco, Mexico, toen Enrique Corcuera muren om een baantje bij zijn huis liet bouwen. In de jaren 70 kwam het spel naar Marbella en Argentinië, waar het een volkssport werd. Nu schieten de banen ook in Nederland en België als paddenstoelen uit de grond.
Zo speel je padel
- Vier spelers: twee duo's aan weerszijden van het net.
- Baan van 20 × 10 m: omringd door glas en gaas.
- Onderhandse service: bal laten stuiten en onder heuphoogte diagonaal slaan.
- Eerst de grond, dan de wand: de bal moet bij de tegenstander stuiten voordat hij een wand raakt; daarna mag je hem van het glas spelen.
- Tennistelling: 15, 30, 40, game; sets tot zes games, vaak met golden point.
Wat heb je nodig?
- Een padelracket: schuimkern, gaatjes, geen snaren.
- Padelballen met iets minder druk dan tennisballen.
- Schoenen met visgraat- of gravelzool voor kunstgras met zand.
Waarom padel zo populair is
- Snel te leren: lange rally's vanaf dag één.
- Gezellig: vier spelers, korte afstanden, veel lol.
- Tactiek boven kracht: plaatsing en samenspel winnen van pure power.
- Goede training: je beweegt constant, zonder de zware sprints van enkelspel tennis.
Padel of pickleball?
Pickleball speel je op een open baan met een plastic gatenbal en wedstrijden tot 11 punten. Padel gebruikt wanden en de tennistelling.
Klaar voor je eerste wedstrijd? Padel Scorebord & Scoreteller telt 15-30-40, golden point en tiebreak voor je.